Wvggz-klachtenbehandeling en schadevergoeding

De Wet verplichte ggz (Wvggz) biedt een klachtenprocedure voor personen die met verplichte zorg worden geconfronteerd. Onderdeel van die procedure is de mogelijkheid van het verkrijgen van een billijke schadevergoeding bij een onafhankelijke klachtencommissie.

Die mogelijkheid is nieuw: de Wet Bopz voorzag niet in een vergelijkbare regeling. Ter voorbereiding op die nieuwe situatie heeft de Stichting PVP medio 2019 de Universiteit van Amsterdam (UvA) verzocht studie te doen naar de betekenis van die optie van een billijke schadevergoeding in het kader van het Wvggz-klachtrecht. In het kader van die studie is eind 2019 een “forfaitair stelsel” voor schadevergoeding ge├»ntroduceerd. Dit forfaitair stelsel, dat uitgaat van vaste vergoedingen voor specifieke tekortkomingen, ontmoette in de praktijk bezwaren. Vervolgens is medio 2020 door de UvA opnieuw naar de materie gekeken.

Dit heeft geleid tot een voorstel voor een “stelsel 2.0”, waarbij bedragen voor vormfouten zijn verlaagd en waarbij cumulatie van fouten en bedragen aan een maximum wordt gebonden. 


Zie in dit verband deze documenten:

- Stichting PVP, “Schadevergoeding en de Wvggz-klachtenprocedure: over de inzet van de Stichting PVP en de introductie van een forfaitair stelsel 2.0”, november 2020

- Rolinka Wijne, Universiteit van Amsterdam, “Reactie op verzoek Stichting PVP”, 15 juli 2020

- R.P Wijne, Universiteit van Amsterdam, “aangepast forfaitair stelsel”, 15 juli 2020

- Mr. dr. R.P. Wijne “Schadevergoeding vragen aan een klachtencommissie als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg; wat is billijk?”, UvA oktober 2019.
 
- Samenvatting van voornoemd rapport

- R.P. Wijne, Universiteit van Amsterdam, “forfaitair stelsel”, 8 september 2019


Meer lezen over dit onderwerp:

- Ton-Peter Widdershoven, “Naar een ‘soepele’ Wvggz-klachtenbehandeling en schadevergoeding”, Journaal Ggz en recht (JGGZR), december 2020.

- R.P. Wijne, “Een billijke schadevergoeding als bedoeld in de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg: volledig en deels forfaitair”, Tijdschrift voor Gezondheidsrecht 2019/6, p. 433-449.

PRINT DEZE INFORMATIE